Het geven van totems, dier- of natuurnamen is een traditie die haar oorsprong vindt in de riten en gewoonten van vele natuurvolkeren, zowel bij de indianen van Noord-Amerika als bij de Afrikaanse volkeren. Bij deze volkeren bestond de gewoonte, de eigenschappen (zowel fysieke als morele) van een krijger te vergelijken met de eigenschappen van dieren, planten of andere natuurelementen. De kern van de totemisatie is het noemen van een persoon naar een dier of natuurelement met wie hij het meeste eigenschappen gemeen heeft. Tijdens zijn koloniale reizen in Afrika maakte Baden-Powell hiermee voor het eerst kennis. Zo is de totemisatie in scouting terecht gekomen.
Bij de jongverkenners krijg je op kamp als derdejaar het eerste deel van je totem: de dierennaam, bv. "vos". Later, bij de verkenners-gidsen, krijg je je "voortotem", bv. "sluwe".